Liedjes

Op deze pagina kunt u de tekst van de liedjes vinden die wij zingen.

Lekker drinken, lekker drinken
slok, slok, slok
slok, slok, slok
dat zal lekker smaken,
dat zal lekker smaken
drink maar op,
drink maar op
Drink smakelijk allemaal.

Twee handjes op je schouders,
twee handjes in je zij,
twee handjes op je knietjes,
op je hoofdje allebei.
De een die gaat naar boven,
de andere gaat mee,
nu steken we ze recht vooruit
en draaien ze alle twee.
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7,
houdt je handjes zo eens even,
1, 2, 3, 1, 2, 3,
maak dat ik je oogjes niet meer zie,
kiek kiek.

Hoofd, schouders, knieën, teen, knieën, teen (2x)
Oren, ogen, puntje van m'n neus.
Hoofd, schouders, knieën, teen, knieën, teen.

Een blikken trom, rommelebom,
ik loop een straatje om.
Allemaal, allemaal in de maat,
anders wordt de juffrouw kwaad.
Rommelebom, rommelebom, dat doet de blikken trom.

Zagen, zagen, wiede, wiede wagen.
Jan kwam thuis om een boterham te vragen,
Moeder was niet thuis, vader was niet thuis.
Piep zei de muis in het voorhuis.

In de maneschijn, in de maneschijn,
Klom ik op een trapje naar het raamkozijn.
Maar je waagt het niet, maar je waagt het niet.
Zo doet een vogel en zo doet een vis,
zo doet een duizendpoot, die schoenenpoetser is.
En dat is één, en dat is twee,
En dat is dikke, dikke, dikke tante Kee
En dat is recht, en dat is krom,
En nu draaien we het wieltje nog eens om, Rombom.

Helikopter, helikopter, mag ik met je mee omhoog?
Hoog in de wolken wil ik wezen, hoog in de wolken
wil ik zijn.
Helikopter, helikopter, vliegen is zo fijn.

In de Haagse stoomtrein daar zit een krokodil
En iedereen die binnen komt die bijt hij in zijn bil.
Stoute, stoute krokodil waarom bijt jij in mijn bil.
In de Haagse stoomtrein daar zit een krokodil.

In de Haagse stoomtrein daat zit een kleine mus
En iedereen die binnen komt die geeft hij een kus.
Lieve, lieve kleine mus waarom geef jij mij een kus.
In de Haagse stoomtrein daar zit een kleine mus.

In de Haagse stoomtrein daar zit een lange slang
En iedereen die binnen komt die knijpt hij in zijn wang.
Stoute, stoute lange slang waarom knijp jij in mijn wang.
In de Haagse stoomtrein daar zit een lange slang.

In de Haagse stoomtrein daar zit een olifant
En iedereen die binnen komt die geeft hij een hand.
Lieve, lieve olifant waarom geef jij mij een hand.
In de Haagse stoomtrein daar zit een olifant.

Poesje mauw, kom eens gauw,
ik heb lekkere melk voor jou.
En voor mij, rijstebrij
o, wat heerlijk smullen wij.

Hondje waf, waf, waf, waf,
blijf van m'n lekkere melkje af.
Aardig dier, kom eens hier,
geef me een pootje voor plezier.

Een treintje ging uit rijden.
Van Amsterdam naar Rotterdam.
En achter al die raampjes, daar zaten
zoveel kindertjes.
En die deden zo en die deden zo,
achter al die raampjes en die deden
zo,en die deden zo, zie za, zo.

Hoor de wind eens waaien, oei oei oei,
zie de bomen zwaaien, oei oei oei.
Ga niet zo te keer,
jij lastige meneer.
Ik blijf lekker binnen,
wat een lelijk weer.

Schaapje, schaapje, heb je witte wol?
ja baas, ja baas, drie zakken vol.
Eén voor de meester en één voor z'n vrouw,
één voor de kindertjes, die bibberen van de kou.
Schaapje, schaapje heb je witte wol?
ja baas, ja baas, drie zakken vol.

Op een grote paddenstoel, rood met witte stippen.
Zat kabouter Spillebeen heen en weer te wippen,
krak zei toen de paddenstoel, met een diepe zucht
en twee beentjes vlogen, hoepla in de lucht.

Zie je de kastanjes aan de bomen?
zie je alle eikels op het mos?
nu is het herfst, de blaadjes vallen,
nu is het herfst in ieder bos.

Eekhoorn, eekhoorn met je lange staartje,
eekhoorn, eekhoorn spring maar met een vaartje,
tikke takke tomen, roets in de bomen.

Een koetje en een kalfje die liepen in de wei.
Toen kwam er een heel dik varkentje voorbij.
Dat zei, dat zei: geef dat kalfje maar aan mij.
Nee, zei de koe, boe, boe, boe. (2x)

Lammetje, lammetje, lammetje,
kom toch eens over m'n dammetje.
Lammetje zoet, lammetje klein,
wil jij wel mijn vriendje zijn?

De wielen van de bus gaan rond en rond
Rond en rond, rond en rond
De wielen van de bus gaan rond en rond
Dag en nacht.

De toeter van de bus doet pep, pep, pep
Pep, pep, pep, pep, pep, pep
De toeter van de bus doet pep, pep, pep
Dag en nacht.

De wissers van de bus gaan heen en weer, heen en weer, enz...

De dieren in de bus die praten maar, praten maar, praten maar enz..

Verjaardagsliedjes

Er is er een jarig hoera,hoera,
dat kun je wel zien dat is zij/hij.
Wij vinden het allen zo prettig ja, ja,
en daarom zingen wij blij.
Zij leven lang hoera, hoera,
zij leven lang hoera.
Lang zal ze leven, lang zal ze leven,
lang zal ze leven in de gloria, in de gloria
in de gloria.
Hieperdepieper de piep hoera, hoera, hoera.

't Is feest tralala, 't is feest tralala.
Ons liedje klinkt zo blij ja, ja.
't is feest tralala, 't is feest tralala
hiep, hiep, hiep, hoera.
We klappen erbij, we klappen erbij,
want o we zijn vandaag zo blij,
we klappen erbij, we klappen erbij,
hiep, hiep, hiep, hoera.

Twee violen en een trommel en een fluit,
want ...... is jarig en de vlaggen hangen uit.
Ei, ei, ei, we zijn zo blij,
want ..... is jarig en dat vieren wij.

Kerstliedjes

Twinkel, twinkel kleine ster
boven in de lucht zo ver.
Zeg me, zeg me wat je ziet.
Ik zie kaarsjes 1, 2, 3.
Twinkel, twinkel kleine ster
boven in de lucht zo ver.

Kling klokje klingelingeling,
kling klokje kling.
Heb je 't al vernomen
't kerstfeest is gekomen.
Kling klokje klingelingeling,
kling klokje kling.

Opzegversjes

Het ene wangetje en het andere wangetje,
rintintin,
wat zit daar tussen in?
Neusje wipje, klein rood lipje,
nog een lipje en je kiele kiele kin.

Tien kaboutertjes, die stonden op een rij,
ze bogen zich, bewogen zich en waren o zo blij.
De oudste zei: zeg ga je mee, wat spelen in de wei.
Toen hipten ze en tripten ze en waren o zo blij.

Dit zijn mijn wangetjes, dit is mijn kin
Dit is mijn mondje, met tandjes erin.
Dit zijn mijn ogen, mijn oren, mijn haar,
Dit is mijn neusje en nu ben ik klaar.